Indien Radar “tast naar alles wat leeft in de literatuur” zouden het nieuw-realisme, het neo-experiment, het engagement, de Pink Poets, de Impulsbeweging met de visuele poëzie en de neo-romantiek een plaats moeten krijgen in het tijdschrift, maar dat is niet het geval. Enkel de experimentele bewegingen vinden we terug, namelijk hoofdzakelijk de visuele poëzie, de Pink Poets en het engagement. Het engagement is an sich geen vorm van het experiment, maar in de jaren ‘70 moest een dichter gewoon reageren. Het engagement overkoepelt alle poëticale opvattingen. En dat is ook het geval voor het netwerk rond Radar. Ramon beschouwt het engagement als een noodzakelijk kenmerk van de visuele poëzie. Het is geen toeval dat het engagement een prominente plaats krijgt in Radar.

Het engagement is niet het enige argument dat de visuele poëzie in het tijdschrift blootlegt. Bij de oprichting in 1975 voer de redactie meteen de experimentele koers. Die redactie bestond hoofdzakelijk uit experimentele dichters zoals Ramon en Van der Hoeven. Wanneer medewerkers een artikel bijdragen aan Radar over een non-experimentele dichter of traditionele poëzie, schrijven zij vanuit hun eigen experimentele poëtica. De meest zichtbare sporen van de visuele poëzie zijn de visuele gedichten, waarvan er tientallen gepubliceerd zijn in Radar, en het themanummer 7/8 over de concrete en visuele poëzie in Vlaanderen.

Tot slot kunnen we de vraag stellen of er weldegelijk een groep visuele dichters bestond. Die groep is dan het netwerk rond Radar, waarbij het tijdschrift het uithangbord is van de visuele poëzie. Misschien is Radar nog meer een tijdschrift voor de visuele poëzie dan De Tafelronde, aangezien dat blad in theorie de traditionele poëzie eren. We kunnen besluiten dat Radar geen tijdschrift is dat “tast naar alles wat leeft in de literatuur”, maar dat het tast naar alles wat leeft in de experimentele literatuur.