Christine D'haen: schoonheid, liefde, huwelijk en gezin

Christine D'haen over liefde

Fragment uit de reeks "Schrijvers in Beeld: Christine D'haen" (Literatuurmuseum Den Haag, 1993).

Over de ontdekking van Schoonheid en Liefde

Citaat uit Uitgespaard Zelfportret (Meulenhoff, 2004):

"Afstand, ingekeerdheid, droom leerde men mij in mijn kindertijd. Misschien is zo mijn besef ontstaan van de onaanraakbaarheid van de dingen.

Eigenaardiger was het bewustzijn dat ik niet behoorde tot de wereld waarin ik leefde: noch met mijn vader en moeder, noch met mijn grootmoeder die in hetzelfde huisje woonde, noch met mijn zusjes, noch met de wasvrouw, noch ook met het huis zelf, of de straat of de tempel, had ik enig gevoel van verwantschap. Alles was mij, weet ik nu, vreemd, behalve die woorden en voorwerpjes, een behangpapier met grote gouden vogels in mijn slaapkamer, en het halfduistere licht in onze kookplaats.

<-- [Videofragment uit de reeks "Schrijvers in Beeld: Christine D'haen" (Literatuurmuseum Den Haag, 1993)]

Hoe lang duurde het voor je kwam, Schoonheid, en hoe lang, Liefde, leefde ik zonder jou! Was mijn geest aan niets gehecht, verhief niets mijn hart, was er geen bevrijdend gezang- of dansspel, was er geen vreugde, had ik voor niemand een neiging, een warmte? Neen, zo verliep het, niet met droefenis, zelfs niet met onverschilligheid, maar zonder bezieling. Angst, twijfel, gewetensbezwaren, wroeging, pijn – die waren er, want hoe zou de stof van dit leven op aarde voor een mens anders te betasten zijn dan met schroom en vrees.

[...]

Met de Schoonheid kwam de Liefde, en vanaf dat ogenblik hebben die beide mij niet verlaten. Beide waren met pijn verbonden, want noch de Schoonheid noch de Liefde laten zich ooit benaderen, verre van bezitten, er blijft altijd een mist van gemis. Toch was er in die eerste openbaring nog geen wanhoop, veeleer een verrukking, een visioen.

Ik droeg nu een schat in mij, van mij alleen, een altijddurende gedachte van waaruit de wijn van warmte in mijn bloed vloeide. Ik schaamde mij nog wel, om mijn lichaam dat ik als onaantrekkelijk ervoer, maar doordat ik niet aan mijzelf, alleen aan de geliefde Schone dacht, bezwaarde mijn minderwaardigheid mij niet al te zeer. Ik leefde in een louter aanschouwen."

Huwelijk

Op 5 juli 1952 trouwt ze in de kathedraal van Chartres met René Beelaert, leraar geschiedenis aan het Koninklijk Atheneum in Brugge. Uit het huwelijk worden twee kinderen geboren: Anna-Livia (°1953) en Sylvester (°1956). Het gezin maakt vele cultuurreizen in Europa en erbuiten, meestal met openbaar vervoer.

Citaat uit Uitgespaard Zelfportret (Meulenhoff, 2004):

"Ik ontmoette een geleerde, die in pijnlijke huiselijke omstandigheden leefde. Alles wat hij wist, en dat was zeer veel, deelde hij mij gaarne mee. Mijn lichaam beviel hem, hij vond er geen feilen in. Ik oordeelde dat ik met vrucht bij hem was. Het middel om, zonder dat zijn verwanten nog recht op hem hadden, samen te zijn en een studerend leven te leiden, was het huwelijk. Wij huwden dus. Ik had nu een echtgenoot die van mij hield, trouw was, en door mij bemind werd. Ik kreeg twee kinderen.

D'haen met familie, Kerstmis 1957
D'haen en gezin in Westende, 1961
D'haen met haar gezin in 1976

Elk mens is een halve mens: man of vrouw. Huwen is die andere mens als de anderen helft van je menszijn kiezen. Die keuze is zeer bedenkelijk: hoe kun je weten of die andere ook inderdaad je andere helft is, en zal blijven? Heel zeker is het moeilijk die vitale keuze in je jeugd te maken, als je nog niets weet, noch over jezelf noch over de wereld. Het leven is voor haar diep, totaal en metafysisch. Zij denkt dat zij niet kan leven zonder haar ziel te geven. Maar doet zij dat nu? Veel later weet ze: je kunt je ziel niet geven: de ziel geeft zich vanzelf, maar ze kan dat alleen aan iemand die haar boven alles verlangt te krijgen."

Christine D'haen over de dualiteit tussen leven en kunst

Fragment uit de reeks "Schrijvers in Beeld: Christine D'haen" (Literatuurmuseum Den Haag, 1993).

Een gezin, tussen leven en kunst

Citaat uit Uitgespaard Zelfportret (Meulenhoff, 2004):

"Waarom heeft zij een kind?

Haar man vindt een huwelijk zonder kinderen, geen. De West- Europeaan, die alle wetenschap, technologie en humanisatie aan de wereld moet meedelen, is met uitsterven bedreigd. Zij heeft het kruis van het volwassen leven opgenomen. Waarom deed zij dat? Omdat een vrouw, denkt zij, genetisch (ductus lactiferi, ovaria, uterus, vagina) slechts als moeder vrouw is, moet zij, dichter, om de vrouwelijke visie van het menszijn te dichten, moeder zijn. Zij zijn het erover eens, dat zij kinderen willen. Uit die theoretische houding worden hun kinderen geboren – niet omdat zij van kinderen houden, niet omdat zij graag met kinderen omgaan. Geen van beiden is ook maar enigszins geschikt om kinderen te verdragen.     Toch, als ze er zijn, ben je verrukt van je kinderen.

<-- [Videofragment uit de reeks "Schrijvers in Beeld: Christine D'haen" (Literatuurmuseum Den Haag, 1993)]

Om mijn lyrisch werk te schrijven, sloot ik mij af van het gezin. Het was nog te verdragen voor mijn echtgenoot, die het werk te zien kreeg als het voltooid was, en die dan zijn oordeel uitsprak. In de meeste gevallen oordeelde hij dat ik het gedicht opnieuw moest schrijven, met meer tijd, meer bezinning, meer bewerking – een dichtere dichtvorm! Mijn dochtertje en zoontje echter voelden zich door hun zich afsluitende moeder misprezen.  Zij leden. Ik las en studeerde en schreef, al zorgde ik goed voor hen: zij leden. Ik vermeed gezelschap en gezellig verkeer; eetmalen en theeceremonies kenden wij niet; er kwamen geen kinderen spelen. Wij reisden, met onze kinderen, om oude tempels en kunstwerken te bezoeken. Mijn kinderen leefden met hun ouders, hun boeken, en huiselijk speelgoed.

Ik was geen goede huisvrouw, geen goede moeder, wat ik deed was schrijven over een goede huisvrouw, een goede moeder. Tussen de wereld en de taal stond ik, onzeker wie ik zou kiezen, doende in plaats van dichtende, dichtende in plaats van doende. Iets in de wereld moest gestorven zijn, om in de taal te verschijnen; ik liet het niet sterven, en toch ontsproot de weligheid van mijn gedichten uit de humus ontnomen aan de bloei van mijn gezin: ik leefde halfslachtig en onbeslist, vals tegenover mijn huisgenoten en vals tegenover mijn poëzie."

[Videofragment uit de reeks "Schrijvers in Beeld: Christine D'haen" (Literatuurmuseum Den Haag, 1993)]-->

Citaat uit "De brokaten brief" van Christine D'haen

Fragment uit de reeks "Schrijvers in Beeld: Christine D'haen" (Literatuurmuseum Den Haag, 1993).