Het tijdschrift daele: atypische nummers

In de meeste nummers van daele treffen we een eigenzinnige selectie van inzendingen aan. Er zijn echter ook een aantal nummers die uitgewerkt zijn rond een bepaald thema, een bepaalde persoon of auteur of een bepaald werk. 

daele 4 is één van die nummers met een eerder atypisch karakter. Op de kaft wordt aangegeven dat het een “anti-provo nummer” is dat vooral in het teken zal staan van Marcel Van Maele. Op de eerste twee pagina’s van het nummer wordt deze titel verduidelijkt. Het nummer staat in het teken van een eenmansmars die Van Maele wil ondernemen op 25 augustus 1966 tegen “sommige lui die beweren dat hij een provo is, [maar ook] (…) tegen de provo’s zelf, tegen hun kliekjesgeest, hun klootjesvolkprovotariaat.” Er wordt ook aangegeven dat de schrijvers die in daele 4 publiceren achter Van Maeles actie staan en zich hoeden voor groepsvorming (daele 4 1966:1). Van Maele was een opmerkelijke persoon binnen het Vlaamse literaire landschap. In het Kritisch lexicon schrijft Erik Spinoy dat de georganiseerde samenleving nooit goed raad met hem wist omwille van zijn marginale levenswijze en non-conformistisch gedrag. Hij zou verschillende malen gearresteerd zijn en/of opgenomen in de psychiatrie. Vermoedelijk wil hij met deze mars reageren tegen die arrestaties. Na het pamflet van Van Maele waarin we “poëtische nota’s over het bewustzijn vinden”, wordt het tijdschrift zoals gewoonlijk opgebouwd en krijgen we een opeenvolging van verschillende teksten van verschillende auteurs.

Het bestaan van dit anti-provo nummer is enigszins vreemd aangezien in daele 1 en 2 net reclame gemaakt wordt voor Provo en Revo, de Belgische tegenhanger van Provo opgericht door Herman J. Claeys. Ook Brems beschrijft daele als een van de weinige Vlaamse bladen waarop de provomentaliteit een invloed gehad heeft. De provobeweging ontstond in 1965 en was er in de eerste plaats op gericht om aan de hand van ludieke acties de gezagdragers, regenten genaamd, te provoceren en de grote massa, klootjesvolk genaamd, bewust te maken. De titel van het vierde nummer moet dan waarschijnlijk ook vooral in het licht van de persoon van Van Maele geïnterpreteerd worden. Hij wil verkondigen dat hij geen provo is en wil zich distantiëren van het provotariaat, vermoedelijk in de hoop volgende arrestaties te voorkomen.

 

daele 7 is een nummer dat opgedragen is aan Dees De Bruyne. Op de kaft vinden we een foto van de naakte De Bruyne, afkomstig van een uitnodiging, die in het nummer opgenomen is, voor de opening van de tentoonstelling ‘L’enfant Terrible Dees De Bruyne’ op zaterdag 28 januari 1967. In het nummer vinden we een essay van de hand van Jan Emiel Daele, waarin hij zijn tijdgenoot en vriend en diens werk ophemelt. De Bruyne was een figuratief kunstenaar, zowel een tekenaar als een schilder. Oorspronkelijk was het de bedoeling om in het nummer voorbeelden van zijn werk op te nemen. Dit is om bepaalde redenen niet gelukt. Ze worden in het vooruitzicht gesteld voor volgende nummers, maar daarin zijn ze nooit verschenen.

 

Ook daele 8 is een opmerkelijk nummer. Op de kaft staat zelfs expliciet vermeld dat het om een “speciaal nummer” gaat. daele 8 bestaat uitsluitend uit de publicatie van de roman ‘De Nieuwe Heilige’ van Marc Lichtenberg. Op de tweede pagina geeft Jan Emiel Daele uitleg bij het belang van dit boek en de reden waarom het opgenomen is: “(…) [Men] zal zich terecht afvragen waarom ik dit werk als ‘daele 8’ publiceer. Omdat ik het echt nodig vind dat dit boek gelezen wordt” (daele 8 1967:2). Hij wil met het publiceren van deze roman een literair debat op gang brengen. Over de reden waarom het noodzakelijk is dat iedereen de roman leest en deelneemt aan dat debat, spreekt hij zich echter niet uit. daele 8 zal het enige nummer zijn 
waarin er geen werk van Jan Emiel Daele zelf verschijnt.

Hoewel daele 10 formeel en inhoudelijk niet echt een atypisch karakter heeft, is het nummer atypisch door de onrust die het teweegbracht in literair Vlaanderen. Het is het meest besproken nummer van daele, zowel toen, in de pers, als nu, in de literatuurstudies. In het nummer werd het essay ‘De Penisgroet’ van Herman J. Claeys gepubliceerd. Hierin roept Claeys op om elkaar bij het begroeten niet langer de hand te schudden, maar dat gebaar te vervangen door elkaar op de één of andere manier in het kruis te grijpen. Voordien was Daele reeds op de vingers getikt voor het publiceren van onzedige teksten, maar steeds zonder drastisch gevolg. De publicatie van ‘De Penisgroet’ was echter de druppel. Alle nummers van daele 10 werden in beslag genomen en er vonden op 2 oktober 1967 huiszoekingen plaats bij Jan Emiel Daele en Herman J. Claeys. De reacties in de literaire wereld op deze censuur waren enorm. Daele heeft zelf in daele 13, het meest atypische nummer, alle artikels en teksten waarin er over dit voorval geschreven werd, verzameld. Het nummer heeft de naam ‘noodnummer’ gekregen, omdat het als noodzakelijk gezien werd om tegen die manier van censureren te reageren.